Wat er gebeurt met gezondheidstechnologie zodra een land beslist om ervoor te betalen. Duitsland gaf tussen september 2020 en eind 2024 234 miljoen euro uit aan apps op voorschrift, ruim een vijfde van de toegelaten toepassingen verloor de terugbetaling intussen weer, en sinds februari 2026 hangt de prijs deels af van gemeten resultaat.
Veelgestelde vragen
Waarom is de gebruiker van gezondheidstechnologie niet dezelfde als de koper?+
Gezondheidstechnologie heeft een probleem dat andere software niet heeft: de patiënt gebruikt de toepassing, maar een derde — vaak de ziekteverzekering — betaalt, en die betaalt pas als u iets bewijst. Wat de technologie kan, beslist dus minder dan of ze wordt terugbetaald.
Wat leert het Duitse DiGA-systeem over terugbetaling van digitale zorg?+
Duitsland voerde als eerste land een terugbetalingsprocedure in voor apps op voorschrift, en dat experiment loopt lang genoeg om er iets uit te leren: ruim een miljoen voorschriften, 234 miljoen euro uitgaven, en meer dan een vijfde van de toegelaten toepassingen die intussen weer van de lijst is verdwenen.
Wat betekent uitkomstgebaseerde prijszetting voor een health-tech-bedrijf?+
Sinds februari 2026 hangt de prijs in Duitsland deels af van gemeten resultaat, en moet de fabrikant elk kwartaal gegevens aanleveren over het echte gebruik. De vergoeding is dan geen vast bedrag meer, maar volgt de aangetoonde werking — bewijs verzamelen wordt een permanente verplichting, geen eenmalige horde.
Waarom levert AI voor verslaggeving in de zorg minder tijdwinst op dan verwacht?+
De meest gebruikte vorm van AI in de zorg is niet de diagnose maar de verslaggeving. Volgens gerandomiseerd onderzoek levert die minder tijdwinst op dan algemeen wordt aangenomen — een herinnering dat het aangenomen effect en het gemeten effect kunnen verschillen.
Welk bewijs moet gezondheidstechnologie leveren voordat ze wordt terugbetaald?+
Steeds vaker klinisch en real-world bewijs van gemeten resultaat, niet enkel van veiligheid of gebruiksgemak. Wie de terugbetaling betaalt, bepaalt welk bewijs telt — en dat bewijs wordt bovendien doorlopend opgevraagd in plaats van één keer beoordeeld.